Het Openbaar Ministerie (OM) heeft een gevangenisstraf van veertien jaar geëist tegen een 24-jarige man die wordt verdacht van een dodelijke schietpartij in een supermarkt aan de Papegaaienburg in Vlissingen op 22 juni vorige jaar. Daarbij kwam een 44-jarige plaatsgenoot om het leven.
Volgens het OM begon het incident toen de vriendin van de verdachte in de supermarkt ruzie kreeg met een andere vrouw, die op dat moment aan het videobellen was. De woordenwisseling liep uit op een schermutseling.
De partner van de vrouw kwam daarop samen met zijn vader – het latere slachtoffer – naar de winkel. Op camerabeelden is te zien dat er vervolgens een vechtpartij ontstaat tussen de betrokkenen. Winkelpersoneel wist de mannen uiteindelijk uit elkaar te halen.
Na de vechtpartij liep de verdachte via de kassa’s richting de uitgang, terwijl het slachtoffer via de toegangspoortjes een kortere route nam. Vlak bij de ingang kwamen de twee opnieuw tegenover elkaar te staan. Op dat moment trok de verdachte een vuurwapen en loste hij twee schoten.
Het slachtoffer werd geraakt en wist nog naar buiten te lopen, waar hij in elkaar zakte. Ondanks reanimatie door omstanders overleed de man aan zijn verwondingen.
Het OM gaat uit van doodslag en niet van moord. Volgens justitie is er geen bewijs dat de verdachte met voorbedachten rade handelde. Ook het beroep op noodweer wordt verworpen. “Van enige angst of paniek blijkt niets uit de camerabeelden”, stelde de officier van justitie in de rechtszaal.
De officier rekent het de verdachte zwaar aan dat hij midden op de dag in een drukbezochte supermarkt een vuurwapen gebruikte. “De schrik bij winkelend publiek is terug te zien op de camerabeelden”, aldus het OM. “Klanten, onder wie een moeder met een jong kind, en het personeel worden ongewild getuige van een dodelijke schietpartij.”
Volgens justitie zullen de gevolgen voor de betrokkenen blijvend zijn. “Net als de nabestaanden dienen zij dit de rest van hun leven met zich mee te dragen.”
Deskundigen concluderen dat de verdachte een licht verstandelijke beperking en een onrijpe persoonlijkheid heeft. Daarom wordt hij als licht verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd. Dit is meegewogen in de strafeis.
Naast de celstraf wil het OM dat de rechtbank een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) oplegt, zodat de verdachte ook na zijn detentie onder toezicht kan blijven staan.
De rechtbank doet op 27 mei uitspraak.




















